The Science House Column 033: De foto’s van de NASA
Gaan we het hebben over SpaceX? Waar de bedragen in dollar beginnen te lijken op de afstanden in de kosmos? Of over de Artemis-missie waar we alles live hebben kunnen volgen? Van het moment en de duur van de "Translunar Injection Burn” tot de sanitaire installatie in de capsule? Alles in real time, gemonitord tot op de pixel. Berekend door de snelste computers.
Meer dan 50 jaar geleden hebben ze het allemaal al eens gedaan, en nog veel meer. De NASA is eind jaren 1960 en begin jaren 1970 zes keer op de Maan geland, heeft er astronauten doen rondlopen en die er zelfs met een golfkarretje laten rondhossen.
Allemaal met de computerrekenkracht van de fractie van een smartphone van vandaag.
En toen was het voorbij.
Maanbasis? Niks.
Mars? Niks – behalve ergens een Viking eind jaren 1970.
Terug rond de Aarde draaien.
Te weinig wetenschappelijk inzicht?
Te weinig technologie?
Als jonge kerel dacht ik dat de vooruitgang in wetenschap gestuurd werd door intelligente mensen die tot grootse inzichten kwamen: Newton, Einstein, Hawking, Gödel, Archimedes, Galilei, Trump…
Oh ja – da’s zeker waar. Newton kreeg klop van de appel, Einstein zag een bouwvakker van een stelling vallen en Gödel vroeg zich af of de kapper zichzelf scheerde (even een testje wie mijn vorige column heeft gelezen). Archimedes kreeg zijn inzicht, sprong uit zijn bad en kreeg het koud. Geniale momenten in de geschiedenis van de mensheid.
Zijn ze in de jaren 1960 met dinosaurustechnologie op de Maan geraakt omwille van de briljante inzichten van die wetenschappers? Zeker – het is een noodzakelijke voorwaarde. Je kan moeilijk met de fysica van Jules Verne of de aerodynamica van Kuifjes raket naar de Maan gaan. Maar het is geen voldoende voorwaarde.
En daar verdampten mijn romantische ideeën over wetenschap.
Het draait allemaal om geld. Hoeveel zijn we bereid te investeren.
Geld. En geld betekent interesse. En interesse vertaalt zich in politiek.
Het budget van de NASA in de zestiger jaren van vorige eeuw kon niet op. Alles was mogelijk. Als bescheiden Belg schreef mijn vader in 1969 een brief naar de NASA, USA en vroeg braaf of hij geen foto’s kon krijgen van het project Apollo. Het antwoord enkele weken later was een dikke enveloppe met een tiental prachtige foto’s, afgedrukt op een formaat groter dan een A4, op dik kwaliteitspapier. Ik heb die foto’s nog steeds.
We zijn nieuwsgierig, dat zit in onze aard. Maar onderzoek kost tijd en moeite, en dus geld. Wetenschappelijke vooruitgang is niet direct een kwestie van enkele geniale mensen. We zijn met zovelen. Er lopen veel genieën rond. Ze moeten gewoon de kans krijgen. Wetenschappelijke vooruitgang is voor een groot deel een keuze.
Als SpaceX en anderen op de beurs nu niet ontploffen als een supernova of instorten als een zwart gat, is er misschien hoop dat ik straks ook een brief kan schrijven naar Elon, USA voor wat foto’s van Mars.

Copyright afbeelding: Astronaut Buzz Aldrin tijdens Apollo 11, juli 1969 - Copyright afbeelding: NASA
Tekst: Ignaas Declercq, The Science House – 21/06/2026