De Aarde met een ring eromheen?


Het zonnestelsel, dat is de Zon met acht planeten die errond draaien. Dan heb je ook nog klein grut: manen bij planeten, planetoïden, kometen en nog kleinere brokstukken. En alles in stabiele banen, veilig ver weg van de Aarde.

Zo lijkt het misschien op het eerste gezicht, maar de werkelijkheid is dat het zonnestelsel een systeem in voortdurende evolutie is. En dat inslagen van grote, kleinere en zelfs micrometeorieten in de loop van zowat 4,5 miljard jaar een significante impact hebben gehad op onze planeet en haar biosfeer. 

 

Een beroemde/beruchte crisisperiode: het Late Heavy Bombardment

Astronomen situeren het ontstaan van ons zonnestelsel zo’n 4,6 miljard jaar terug in de tijd. In het midden ontstond de Zon en in de materieschijf rond die jonge ster vormden zich de planeten. Dat gebeurde door het botsen en samenklonteren van grote brokken materie, niet bepaald een rustige periode in de geschiedenis van ons zonnestelsel. 

Daarop volgde een periode met minder van die catastrofen. Maar op basis van onderzoek van kraters op de Maan en van Maanstenen concluderen wetenschappers dat er zich vervolgens, naar schatting van 4,1 tot 3,8 miljard jaar geleden, weer een periode heeft voorgedaan met veel botsingen en inslagen op de planeten binnen de baan van reuzenplaneet Jupiter. Deze cataclysmische periode wordt het Late Heavy Bombardment genoemd en is mogelijk een gevolg van de zwaartekrachtsinvloed van voornamelijk Jupiter, maar ook van de andere grote planeten, die vele van de overgebleven brokken materie uit de beginperiode naar de binnendelen van het zonnestelsel heeft gemanoeuvreerd. Een andere hypothese stelt dat de vele brokken puin er kwamen door een kolossale botsing van twee planeten in wording.

Het oudste gesteente op onze planeet is slechts 3,8 miljard jaar oud, en bijgevolg zijn er geen directe sporen van wat het Late Heavy Bombardment op het oppervlak van de jonge Aarde aangericht heeft.  Maar onderzoekers gaan uit van vele duizenden inslagkraters van meer dan twintig km diameter en zelfs tientallen inslagkraters van meer dan duizend km diameter. 

Nu is het wel zo dat deze crisis van kapitaal belang was voor het ontstaan van leven op Aarde. Daarover zegt Phoenix Heylighen, PhD-student in de analytische chemie aan de VUB, die onder andere met prof. Steven Goderis onderzoek doet op meteorieten en ander ruimtestof, het volgende:

Door die gigantische meteorietenregen vanuit het verre zonnestelsel kreeg de jonge Aarde plots een enorme toevloed van water en koolstofverbindingen die nodig zijn om het leven te doen ontstaan. In feite is het op onze planeet te warm voor water, het zou allemaal verdampen mocht er geen druk zijn, zoals in de ruimte het geval is. Gelukkig hebben we een atmosfeer die het water vloeibaar houdt. En die atmosfeer, daar heeft diezelfde meteorietenregen ook essentieel aan bijgedragen. Kortom, zonder meteorietenregen geen leven op Aarde!

 

Het einde van het dinotijdperk

Een gebeuren dat ook een enorme invloed had op de aardse biosfeer en de daarop volgende evolutie van het leven was de inslag van een tien à vijftien km grote planetoïde zo’n zesenzestig miljoen jaar gelden. De VUB is een prominente onderzoeksinstelling in verband met het onderzoek van deze inslag.

Phoenix geeft nadere uitleg: 

“Het reusachtige object dat insloeg kwam terecht op een bodem die rijk was aan zwavel. Daardoor kwamen er gigantische hoeveelheden stof en giftige gassen in de atmosfeer terecht. Het oppervlak van de Aarde werd koud en bijna onbewoonbaar. Voor de dinosauriërs betekende dit het einde, maar de kleine zoogdieren die er toen al waren konden overleven in hun holen onder de grond en zich aanpassen aan de veranderde omstandigheden om daarna razendsnel de planeet over te nemen. Zonder die gebeurtenis van zesenzestig miljoen jaar geleden had de mensensoort zich waarschijnlijk niet kunnen ontwikkelen.”

 

Een accidentje in het Midden-Ordovicium

Enkele jaren gelden hoorden we er voor het eerst van in een artikel op de uitstekende website phys.org. Het ging om een artikel dat oorspronkelijk verscheen op de website The Conversation, dat is een online forum met een neus voor fijne journalistiek en wetenschappelijk relevant nieuws.

Auteur van het artikel is Birger Schmitz, professor in de nucleaire fysica aan de universiteit van het Zweedse Lund, en hij brengt verslag uit van zijn eigen onderzoek waarvoor hij een beurs kreeg van de gerenommeerde European Research Council (ERC).

Wat hij ontdekte gebeurde midden in de geologische periode die we het Ordovicium noemen en die van ongeveer 485 tot 443 miljoen jaar geleden duurde. Volgens Birger Schmitz vond er zo’n 466 miljoen jaar gelden een botsing plaats in de planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. Het zou gaan om een planetoïde van zowat 150 km groot die crashte met een kleiner exemplaar. En dat incident bleef niet zonder gevolgen voor onze planeet… 

Wordt vervolgd - informatie nog deels onder embargo.

Tekst: Francis Meeus, juni 2026