2010-04 HistoRik over ... Philipp Fauth


Philipp FauthPhilipp Fauth ( 1867 – 1941 ) : Maanwaarnemer en controversieel

 

Misschien niet zo bekend bij ons, maar het is toch een van de grootste duitse maanwaarnemers. Er zijn wat tegenstrijdige meningen over hem en zijn filosofie, maar de waarde van zijn maanatlassen moeten wel afzonderlijk bekeken worden.

Hij was de zoon van een pottenbakker en geboren in Bad Dürkheim nabij Mannheim.

Zijn eerste gekende waarneming dateert van 1874 toe hij 7 jaar was en de komeet Coggio zag. Hij loopt normaalschool vanaf  1882 en doet zijn eerste maan- en zonnewaarnemingen in 1885 en schaft zich in 1887 zijn eerste refractor aan met een diameter van 72mm.

Op zijn 23 jaar bouwt hij zijn eerste sterrenwacht “Lämmchesberg” ten zuiden van Kaiserslautern, maar in 1892 wordt hij overgeplaatst naar een andere school nabij Landstuhl.

Om zijn sterrenwacht te bereiken moest hij 5km te voet, 16km met de trein en dan te voet naar de sterrenwacht afleggen . Als schoolmeester bleef hij echter een amateur-astronoom en er was ook geen vereniging voor sterrenkunde om waarnemingen te delen of uit te wisselen. Na de dood van Schmidt en W.R.Birt realiseerde hij dat hij meer waard was dan zijn tegenstanders.

Toen ontstonden ook zijn eerste publicaties en hij kreeg respect vanuit de vakkring, en in 1894 kwam zijn eerste maanatlas met 25 speciale topografische kaarten.

Het jaar nadien bouwde hij zijn tweede sterrenwacht op de Kirschberg nabij Landstuhl. Daar deed hij zijn waarnemingen tot 1911 en ontdekte 2522 nieuwe kraters en rillen en voegde 5594 nieuwe objecten aan zijn tekeningen toe.

Daar ontstond ook een publicatie van de waarnemingen van Jupiter en Mars met 3000 Jupitertekeningen.

Het toeval wil dat een welgestelde dame uit het Rijnland, Frau Ellen Waldthausen, zijn maanboek gelezen had en hem een grootmoedig bedrag schonk wat hem toeliet om een nieuwe sterrenwacht en telescoop aan te schaffen.

Zo ontstond in 1911 zijn derde sterrenwacht een 100-tal meter ten zuiden van zijn vorige met daarin de beroemde “Schupmann-Medial”, een refractor van 385mm met een brandpunt van 3850mm – f/10 (ongeveer).

Fauth beschouwde deze als het beste wat destijds beschikbaar was om waar te nemen.

Maar in 1923 moest hij na de eerste wereldoorlog van de fransen naar München als leraar.

Hij kon er wel een Zeiss gebruiken om verder waar te nemen.

Pas in 1930 kon hij zijn “Schupmann-Medial” naar het zuiden van München overbrengen en richtte hij zijn 4e sterrenwacht op in Grünwald. Daar ontstond zijn boek “Unser Mond” en de idee voor de grote maankaart. Dat boek uit 1936 is het beste handboek voor visuele waarnemingen van het maanoppervlak. Zijn werk had toen echter geen grote invloed wegens zijn conflict met sterrenkundigen en ook het gebrek aan geschriften om vooral engelstalige astronomen te bereiken.

In 1935 begon hij zijn schetsen en tekeningen in een zuivere vorm te zetten en hij begon met een 5-tal tekeningen. Maar enerzijds werd zijn werk algemeen ondergewaardeerd en anderzijds was er de opkomst van de maanfotografie en het verschijnen van een eerste maankaart op schaal 1/1.000.000e. Hij zette zijn werk niet meer voort en schreef  o.a. : “De drang voor een grote maankaart is belachelijk en misschien laat ik het over aan mijn kinderen.”

Hij was echter zo verkeerd in zijn geschriften dat er een kloof ontstond met de akademische wereld. Daarbij kwam dan nog zijn “wereldijs-doctrine” teamen met Hans Hörbiger waarin de maanoppervlakte zou bestaan uit een dikke ijslaag van 200km en bij botsing met de aarde zou er dan een nieuw ijstijdperk ontstaan.

De vorige ijsperiodes zouden komen van andere maaninslagen. De melkweg zou ook bestaan uit ijsblokken die regelmatig naar ons toekomen. Bij de Nazi’s werd het zowat aangenomen als een doctrine.

Dat bezorgde uiteraard schade aan zijn reputatie en hij kreeg  zodoende ook geen bijval in de engelstalige gemeenschap temeer dat zijn boek “Unser Mond”  uiterst zelden te vinden was buiten Duitsland.

Op 4 januari 1941 sloot hij voor altijd zijn ogen.

In het gewirwar van de oorlog verdwenen 22 bladen van zijn grote maankaart, maar door gelukkige omstandigheden kwamen deze in de jaren 50 weer in de handen van zoon Hermann. Hij had in 1935 het werk van zijn vader meegevolgd en besloot nu om de overige 17 kaarten te vervolmaken aan de hand van de originele schetsen van zijn vader.

De voorzitter van het “Olbers Gesellschaft” en later ook voorzitter van VdS (Vereinigung der Sternfreunde) schreef :

“Het werk van Ph. Fauth is zo een bijzonder werk dat het niet verloren mag gaan. Het stelt het laatste document voor wat men kan waarnemen met goede ogen, een aangepaste refractor en groot waarnemingsvermogen.”

Enkele maanden voor het verschijnen van deze kaarten in juli 1964 stortte Ranger VII op de maan en stuurde de eerste opnamen met een ongekende nauwkeurigheid.

Een nieuw tijdperk was aangebroken en 5 jaar later stond er ook een mens op de maan.

Opmerkelijk is dat zijn geliefde “Schupmann-Medial” ook na de oorlog onvindbaar blijft.

Zijn levenswerk om een maanatlas uit te geven op 22 bladen met een diameter van 3,5m op schaal 1/1.000.000e was dus nog niet voltooid bij zijn dood in 1941.

Zijn zoon Hermann vervolledigde dit werk en het werd uitgegeven in 1964 als “Mondatlas”

Philipp Fauth was de laatste van de grote visuele waarnemers en heel waarschijnlijk zal dit nooit meer bereikt worden door één enkel individu.

 

Opening MIRA: Fauth-lenzenkijkerIn de opzoeking naar Philipp Fauth werd er een relatie gelegd naar Mira, wat blijkt uit volgend uittreksel uit een verslag in “De Standaard” van 21/09/1967 :

 

"Een kostbare refraktor-kijker(1), toebehorend aan wijlen Philipp Fauth, werd door diens erfgenamen voorlopig afgestaan(2) aan het observatorium van Grimbergen(3) in afwachting dat het definitieve apparaat zal gereed zijn. Deze definitieve kijker die nog groter zal zijn wordt begin ’68 verwacht.(4)"

  1. Refactor diameter 150mm zie foto
  2. Via Anton Kutter
  3. Toen de 1e volkssterrenwacht
  4. De 25cm Kuttertelescoop

 

Met dank aan Philippe Mollet en Pater Ton Smits