2015-03 HistoRik over ... Leslie Peltier


Leslie PeltierLeslie Peltier ( 1900 - 1980 )

“Grootste amateur-astronoom”

 

Er was ooit sprake op de mailinglist wie als grootste amateur-astronoom kan beschouwd worden. Leslie Copus Peltier werd genomineerd, misschien wel omdat Harlow Shapley (1885-1972) ooit de uitspraak deed : “ Peltier is de grootste niet-professionele astronoom”.

Harlow Shapley was een gerenomeerd astronoom en directeur van Harvard College Obervatory van 1921 tot 1952. Hij heeft als professor Henry Russell gehad, en onder zijn studenten waren bekenden zoals George Lemaître en Cecilia Payne. Shapley was ook de persoon die de grootte van de melkweg bepaalde en daarin de plaats van het zonnestelsel.

En als we de indrukwekkende lijst van verwezenlijkingen en activiteiten van Peltier bekijken, kunnen we wel aannemen wat Shapley beweert. Peltier was ontdekker of mede-ontdekker van 12 kometen tussen 1925 en 1954, waarvan 10 ook zijn naam dragen, en van 6 novae.

Hij schreef artikels en boeken, en verrichtte meer dan 132.000 schattingen van variabelen, hij bouwde een sterrenwacht en deed 60 jaar aan observatie.

 

Hij is geboren in 1900 in Delphos, een kleine stad in Ohio, en het derde kind van Stanley Peltier en Resa Copus. Zijn vader was een aardbeienkweker en verdeler en was een goede schrijnwerker en had een landgoed van 20 ha. Zijn moeder was onderwijzeres.  Beiden waren vurige lezers en hun huis was vol met boeken van alle slag. Zijn liefde voor boeken, houtbewerking, tekenen en architecturale vaardigheden kreeg hij dus van thuis mee.

Hij doet er de lagere school in een school met maar één klas. Maar de grote boerderij op het platteland buiten Delphos geeft hem de zelfstandigheid om te observeren. Hij leert dan zelf geologie, fauna en flora. Op zijn 5 jaar merkt hij een groepjes sterren op waarvan zijn moeder zegt dat het de Zeven Zusters zijn (Pleïaden).

10 jaar later merkt hij dat hij wel vele aspecten van de natuur kent, maar niets over de sterren. Daarmee begint zijn interesse in de sterrenkunde en gaat hij naar de openbare bibliotheek van de stad en leest een boek over de heldere sterren.

Als tiener heeft hij het niet gemakkelijk, zijn broer gaat naar de oorlog en hijzelf stopt met de school om te werken in de boerderij, maar hij stopt nooit met het verwerven van kennis.

Hij koopt zijn eerste telescoop voor 18 dollar dat hij verdiend had bij de aardbeienpluk. De telescoop had een objectief van 5cm, een focaal van 90cm en twee oculairen voor een vergroting van 35x en 60x. Het tweede boek dat hij raadpleegt is “A field book of the Stars” van William Olcott. Daarin nodigt Olcott amateurs uit om mee te werken aan sterrenkundig onderzoek, waarop Peltier direct antwoordt. Zo komt hij terecht bij de AAVSO, ontvangt de nodige kaarten en instructies  en op 1 maart 1918 doet hij zijn eerste waarneming van  R Leonis. Daarmee begint zijn indrukwekkende reeks van waarnemingen. In november leent de AAVSO hem een 10cm refractor. De jonge waarnemer wordt al vlug bekend door de astronomen en kort erna leent Henry Russell hem een 15cm refractor, een komeetzoeker met korte brandpunt. Hij begint dan aan de bouw van een sterrenwacht met de hulp van zijn vader en die is klaar in januari 1922. In 1932 gaat hij naar een AAVSO meeting in Cambridge, Massachusetts en dat is een van de weinige keren dat hij Delphos verlaat. In 1933 trouwt hij met Dottie, de dochter van een lokale imker, die hij al in 1925 had ontmoet.

Ze hebben veel gezamenlijke interessen zoals geologie en de liefde voor de natuur. Uit hun huwelijk hebben ze twee zonen.

In 1934 verlaat hij de boerderij en gaat werken in Delphos Bending Company, en doet er de ontwerpen van kindermeubelen en speelgoed. Hij blijft er werkzaam tot zijn dood. Rond 1937 werkt hij aan het ontwerp voor een verplaatsbare, draaiende sterrenwacht. De idee was om in een comfortabele en verwarmde stoel te zitten, sterrenwacht en kijker te laten meedraaien en rustig te zoeken naar kometen en variabelen te schatten. Hij bouwt dan ook zelf zo'n sterrenwacht met comfortabele zetel en kopsteun en dat ontwerp wordt later beroemd als de “Merry Go-Round Observatory” (Paardemolen) en is vele malen gecopiëerd.

Tijdens de jaren 30 en 40 schrijft hij vele artikelen voor bekende tijdschriften over het zoeken naar kometen, over de natuur, over ontwerpen van meubels en uitrustingen.

Zijn jongste zoon Stanley studeerde aan de Miami University in Oxford, Ohio en in 1959 besloot de universiteit om hun sterrenwacht af te breken wegens renovatie. Stanley kon de universiteit overtuigen dat zijn bekende vader dit observatorium wel kon gebruiken, en binnen enkele maanden werd de grote koepel en zijn 30cm refractor  in vele grote delen geleverd. Met de hulp van vrienden en een hefkraan van een nabije werf werd de sterrenwacht opgericht op 100m van zijn landgoed Brookhaven in Delphos en deed er 20 jaar dienst voor eigen waarnemingen en ontvangst van duizenden sterrenliefhebbers en schoolkinderen

Hij past zijn programma nu aan om zwakkere sterren te schatten. Een ander aspect van zijn nieuw programma is dat hij zich nu ook kan bezighouden met cataclysmische  variabelen tijdens hun zwakke faze.

In goede omstandigheden haalt hij met deze kijker tot magnitude 16.

In 1965 verschijnt zijn eerste boek “Starlight Nights : the Adventures of a Star-Gazer”, een autobiografisch boek over het plezier van het waarnemen van de nachtelijke hemel en de natuur. Een boek dat nog steeds te koop is.

David Levy schrijft over dit boek : “Veel boeken zeggen hoe te observeren, Starlight zegt waarom”.

Peltier was een verlegen man en voelde zich onwennig met vreemden, maar desondanks heeft hij toch vele bekende astronomen ontvangen in zijn sterrenwacht in Delphos. Hij heeft vele onderscheidingen ontvangen voor zijn waarnemingen van kometen, novae en veranderlijke sterren.

Hij sterft in 1980 aan een hartaanval. In Delphos, Ohio, nu een stad van 7000 inwoners, staat een herdenkingssteen met zonnewijzer ter ere aan zijn bekende inwoner. Ook een andere gedenkplaat staat voor de bibliotheek van Delphos, waar hij gedurende meer dan 30 jaar medewerker was.

Na zijn dood heeft de Astronomical League de “Leslie C. Peltier Award” uitgegeven waarbij de eerste prijs postuum aan Peltier zelf gegeven werd. De Astronomical League is een overkoepelende organisatie van verenigingen van amateurs-astronomen. Sindsdien staan veel bekende namen op de lijst van uitgereikte prijzen voor hun werk als amateur-astronoom.

Voor de vorige uitgave van Mira Ceti stond deze biografie bijna klaar, maar werd uitgesteld wegens de Dawn-Ceres missie, waarbij Piazzi voorrang kreeg.

Ondertussen verscheen over Peltier al een artikel in Heelal, en misschien bestaat toeval toch niet, want waarschijnlijk was de aanleiding dezelfde door de vraag wie de titel van grootste amateur mag dragen.

 

Een uitstekende referentie is het artikel in Sky and Telescope van augustus 1980 naar aanleiding van zijn dood.