Nobelprijzen 2019 : astronomie aan de eer


Sterrenkunde

Het jaar 2019 zal de annalen van de astronomie ingaan als het jaar waarin de kosmologie aan de eer was. Het  Nobelprijscomité kende niet minder dan drie prijzen toe aan astronomen.

 

Einstein te veel voor op zijn tijd

Mocht Albert Einstein nog geleefd hebben, zou hij zeker gedacht hebben dat de tijden ondertussen wel veranderd zijn. Voor zijn relativiteitstheorie, die dateert van respectievelijk 1905 en 1915, werd Einstein niet minder dan viermaal door collega’s voorgedragen voor de Nobelprijs, met name in 1912, 1915, 1917 en in 1918. Helaas zonder succes. Zijn theorie was toen ook zo revolutionair nieuw dat het Nobelprijscomité geen volle vertrouwen had in de resultaten ervan. De relativiteitstheorie was ook het resultaat van de bedenkingen van een eenzaat waarvan men toen amper de resultaten kon uittesten. “Het zou eens moeten verkeerd zijn!” dacht men toen in de klassieke Nobelprijsmilieus.

Uiteindelijk zou Einstein tot in 1921 moeten wachten om de Nobelprijs te ontvangen. En aangezien hij toen op reis was in Japan, zou hij die prijs pas in ontvangst nemen in november 1922. Zijn Nobelprijs zou hij ten andere niet krijgen voor zijn levenswerk, maar wel voor “ his services to theoretical physics and especially for his discovery of the law of the photoelectric effect”.

 

Nieuwe inzichten in onze kosmos

Maar de tijden zijn gelukkig veranderd. Voor de Nobelprijs natuurkunde 2019 werden niet minder dan drie kosmologen bekroond voor hun “bijdragen aan ons begrip van de evolutie van het heelal en van de plek van de Aarde in de kosmos": James Peebles, Michel Mayor en Didier Queloz.

James Peebles (°1939) is een Canadese kosmoloog die sinds de jaren 1970 zeer belangrijke bijdragen heeft geleverd op het gebied van de evolutie van het pas ontstane heelal, ongeveer 13,7 miljard jaar geleden. Hij heeft onze hedendaagse kennis van het universum een hele stap vooruit geholpen. James Peebles is onder andere gekend voor zijn werk in verband met de donkere energie in het heelal. Het betreft een mysterieuze energie die ongeveer 70% van alle inhoud van het heelal vertegenwoordigt. Hij leverde ook belangrijke bijdragen over de kosmische achtergrondstraling. Het was deze achtergrondstraling die in 1966 de definitieve doorbraak betekende van het oeratoom-model van Georges Lemaître.

Het is dus niet te verwonderen dat Peebles nog regelmatig wordt uitgenodigd om les te geven aan de Einsteinleerstoel aan de universiteit van Princeton in de VS. 

De twee andere astronomen die met James Peebles de Nobelprijs delen zijn Michel Mayor (°1942) en Didier Queloz (°1966). Het zijn twee Zwitserse astronomen die samen, in 1995, de eerste exoplaneet ontdekten die rond een gewone ster draait. Vóór de ontdekking van Mayor en Queloz waren er wel al andere planeten buiten het zonnestelsel ontdekt, maar die draaien niet rond een gewone ster maar rond een pulsar. Hun ontdekking wordt dan ook als een mijlpaal beschouwd in de geschiedenis van de astronomie. Beide astronomen zijn professoren aan de astronomische faculteit van de Universiteit van Genève.

De exoplaneet die zij ontdekten, 51 Peg b, draait rond de ster 51 Peg., een ster in het sterrenbeeld Pegasus. De exoplaneet toont gelijkenissen met de planeet Jupiter in ons zonnestelsel en bevindt zich op ongeveer 7,5 miljoen km van 51Peg. Haar omlooptijd rond de ster bedraagt 4,2 dagen. De afstand tot 51 Peg bedraagt 'slechts' 50 lichtjaar, naar astronomische normen dus dichtbij.

Na hun ontdekking in 1995 hebben Michel Mayor en Didier Queloz nog andere exoplaneten ontdekt.

Ondertussen is de zoektocht naar exoplaneten er ook aardig op vooruit gegaan. Op dit ogenblik zijn er al meer dan vierduizend exoplaneten ontdekt en officieel erkend.

 

b1e4963cf0e0918e9621fbc45f448964.jpg
                                   
                                James Peebles, Didier Queloz en Michel Mayor

 

Tekst: Emiel Beyens, 9 oktober 2019

Auteur
Francis Meeus